Vis moet zwemmen

Blogboek over warme baden, waterratten, hoge golven, zwemmen, lucht happen en meegaan op de (onder)stroom.

vissen

Poetsdoek

Ik had een barst in de voorruit van mijn auto. En net als bij u spoelde bij het zien van die barst direct dat  infantiele en daarmee o zo effectieve deuntje door mijn hersenen. Hoort u het ook nu? Precies, dat deuntje. Ik toog dus naar Carglass, vergezeld door mijn neef Theo, die toevallig bij me op bezoek was. Theo is kenner en fan van bijna alles wat met voetbal te maken heeft. Van bijna alles dus, want bij Ernst Daniel Smid tussen de vleeswaren in de C1000, galmend over Oranje terwijl Arjan Robben zich bukt met twee plastic popjes op zijn billen, haakt hij af. Maar affijn. Samen met Theo nam ik plaats in de wachtruimte, waar je door smetteloos glas kon kijken naar wat zich zoal afspeelde in de werkplaats. Optimale transparantie naar de klant toe, dat is waar wij voor staan. Juist. Twee mannen in overalls hielden zich reeds geruststellend bezig met mijn voorruit, zag ik. Theo zag echter iets anders. ‘Moet je kijken!’, siste hij, driftig met zijn hoofd knikkend naar één van de twee jongemannen. ‘Huh?’, deed ik sullig. ‘Daar!’, probeerde Theo nog een keer, terwijl hij me aankeek met een Johan Derksen-dédain van heb ik jou daar. ‘Zie je dat niet?’. Ik keek nog een keer en zag gewoon een vent met een poetsdoek. Verder niks. En toen noemde Theo een naam. Ik kende die naam. Ik had alleen de eigenaar ervan niet zo 1-2-3 herkend. In een glimmend Oranje-shirt ziet iemand er namelijk echt anders uit dan in een Carglass-overall. Maar hij was het echt. Theo had gelijk. Daar stond een oud-international, hulpje te wezen van de echte monteur. Die deed met zijn zuignappen het serieuze werk, terwijl hij wat verloren toekeek en af en toe een schroevendraaier aangaf. (‘nee, niet die, die andere, met dat blauwe handvat!’, gebaarde de echte monteur geërgerd). Ik herinnerde me ineens weer het verhaal van de gewezen voetbalheld. Nog niet zo lang geleden had ik hem op TV gezien. In een niet nader te noemen afschuwelijk programma vertelde hij eerlijk en aangedaan hoe hij op de toppen van zijn loopbaan aan het gokken was geslagen, en toen aan de drank, en hoe alles toen was mis gegaan. Over Carglass zei hij niks. Ik vond hem sympathiek. Bedacht me nog dat het zo kon gaan: heb je alles gehad, staat er tot overmaat van ramp ook nog zo’n Hilversumse flapdrol voor je deur. Maar goed. Nu werkte hij dus hier, als hulpje-van. Zo was het dus blijkbaar gegaan. Naar de top gevoetbald, in de shit terecht gekomen, alles kwijt, over en uit. Iemand heeft waarschijnlijk op een bepaald moment tegen hem gezegd: jongen, doe dat nou maar, dat baantje bij Carglass, dan zit je in ieder geval weer in een ritme. Respect, want hij stond er toch maar. Terug in de auto dacht ik aan de opleiding waar ik zelf dit weekend aan ben begonnen. Eén van de eerste daar opgefriste inzichten: je moet in je leven veel fouten maken, anders komt het nooit goed. Ik keek opzij naar Theo. Die keek wat stilletjes voor zich uit. Door een prachtige nieuwe voorruit, naar iets in de verte.

GEPLAATST DOOR CARPE(R) DIEM OP 5 juni 2012



Laat een reactie achter