Vis moet zwemmen

Blogboek over warme baden, waterratten, hoge golven, zwemmen, lucht happen en meegaan op de (onder)stroom.

vissen

Straatvoetbal

Afgelopen week schreef een publicist van de Volkskrant  een onderhoudend commentaar over ijdele voetballers. Het artikel was rijk gelardeerd met kleurenfoto’s van getatoeëerde lijven en de essentie luidde dat het over het paard getilde ego zich vaak slecht verdraagt met het collectief. Als je als getalenteerd voetballer vanaf pakweg je 16e alleen maar hoort hoe goed je bent, op je 20e al in een BMW 7 serie rijdt en op je 23e van gekkigheid niet meer weet wat je nu weer met  je haar moet doen, dan kan dat wel eens verkeerd uitpakken. Dan bestaat de kans dat je bent gaan geloven dat jij het centrum van het universum bent. En dat je daarom recht hebt op voortdurende positieve aandacht, een eigen kledinglijn, een mening, talrijke solo’s die eindigen in een doelpunt, gouden schoenen, applaus, een lijf vol tatoeages die niemand anders heeft en elke 45 minuten een nieuw kapsel. Het vraagt nogal wat onderhoud, zo’n mega-ego. En als je dan met 11 van die mego’s op een veld staat en er samen iets van moet maken, dan gaat het schuren. Want hoezo moet jij, king of the world, ineens achter de rechtsback gaan spelen terwijl jouw kracht toch overduidelijk op links ligt en jouw goddelijk silhouet vanuit de camera aan de linkerkant van het veld bovendien het allerbeste tot zijn recht komt? Tsja. Co-creatie en het ego. Wie zet zichzelf opzij en geeft het gezamenlijke belang voorrang? Wie wil echt vanuit zijn (al dan niet getatoeëerde) tenen dat het team als geheel een resultaat behaalt? Lastig hoor. Want het verwende of juist ondergewaardeerde ego wil ook wat. Dat zie je op een Oekraïens voetbalveld, maar ook in organisaties wemelt het van de Dikke Ikken. Met alle gevolgen van dien. Meestal is de klant de dupe: die wordt ofwel belazerd (bankencrisis, Vestia) of hij krijgt een suboptimaal dan wel lousy resultaat, omdat het team dat voor hem werkte eenvoudigweg niet in staat was optimaal gebruik te maken van ieders eigenheid, gecombineerd met de wil om samen voor het hogere doel (die klant dus) het best mogelijke te doen. Affijn. Tijd voor een opbeurend slot. Ik merk vaak dat mensen zich makkelijker laten verleiden om samen iets te doen als ze (her)ontdekken hoe leuk dat kan zijn. Dat ‘spelplezier’ was er ooit wel, maar is onderweg zoek geraakt onder stapels onzekerheid, druk, geldingsdrang, frustraties, spanningen, gedoe, en wat al niet. Volgens mij werkt dat bij topvoetballers precies zo. Daarom ben ik een fervent pleitbezorger van straatvoetbal, waarbij we allemaal één kant op spelen, twee aftandse trainingsjackjes gebruiken als doelpalen en een goal alleen maar gevierd mag worden met een groepsknuffel.

GEPLAATST DOOR CARPE(R) DIEM OP 25 juni 2012



Laat een reactie achter